de geschiedenis van
de Munt
Hollandse Gulden 1378

De Dordtse Munt

Er zijn hier gouden munten ("Moneta Dordraci") gevonden die al dateren uit de tijd van graaf Floris V, ergens tussen 1256 en 1296 jaar na christus. In 1283 werd de Dordtse Munt pas in een officieel stuk genoemd maar vermoedelijk liet graaf Dirk VII (1190-1203) al geld in Dordrecht slaan. Sinds die tijd is er in deze oude en van oudsher belangrijke stad voor het graafschap Holland honderden jaren lang en op diverse manieren geld gemaakt.

In 1355 werd dit ambacht zo belangrijk dat er een heusche muntmeester werd aangesteld. Hertog Albrecht van Beieren kocht in 1376 "huizen en grond" tussen Voorstraat en Doelstraat en vestigde er een Grafelijk Munthuis. Twee jaar later, in 1378, werd daar de oude Dordtse- of Wilhelmus-gulden geslagen: de eerste Hollandse gulden!

Het gebouwencomplex werd in 1555 in opdracht van keizer Karel V grondig verbouwd. Uit dat jaar dateert ook het fraaie muntpoortje aan de Voorstraat. Tot 1682 vonden er nu en dan verbouwingen plaats, daarna veranderde er weinig meer.

Het Koninkrijk Holland

Eeuwenlang hebben de Nederlandse provincies hun eigen munten gehad. Het geld voor Holland, verreweg het belangrijkste gewest, werd in Dordrecht geslagen. De Dordtse Munt was van 1367 tot 1806 de plek waar (nog steeds in opdracht van keizer Karel V) volgens exclusief recht de munten van het gewest Holland werden geslagen. Pas bij de oprichting van het Koninkrijk Holland in 1806 kwam hierin verandering. De muntslag werd geconcentreerd in Utrecht en de provinciale munthuizen moesten hun deuren sluiten. Vanaf dat moment rekende heel Nederland met dezelfde munten af.

Nadat het pand later de bestemming kreeg van wijnpakhuis en kledingmagazijn heeft het anderhalve eeuw als muziekschool gefunctioneerd. In de jaren 70 heeft De Munt een grote restauratie ondergaan. Lunchroom de Munt is er gevestigd sinds 2015.